Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt appellant tot vergoeding van € 974,- aan proceskosten aan elke betrokkene afzonderlijk;
- bepaalt dat van appellant een griffierecht van € 478,- wordt geheven.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft het hoger beroep van de Sociale verzekeringsbank tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die de verlaging van de Algemene nabestaandenwet (ANW)-uitkering voor Turkse weduwen woonachtig in Turkije op grond van het woonlandbeginsel onrechtmatig achtte.
De Wet woonlandbeginsel in de sociale zekerheid (Wwsz) bepaalt dat uitkeringen worden aangepast aan het kostenniveau van het land waar de rechthebbende woont. Voor Turkije werd dit percentage vastgesteld op 60%, wat leidde tot een verlaging van de uitkering. Betrokkenen ontvingen de uitkering al voor 1 juli 2012 en werden hierdoor getroffen door de verlaging per 1 januari 2013.
De Centrale Raad oordeelt dat deze verlaging in strijd is met artikel 6 van Pro Besluit 3/80 van de Associatieraad, dat verminderingen van uitkeringen op grond van het wonen in Turkije verbiedt. Het woonlandbeginsel is onlosmakelijk verbonden met het wonen in Turkije en leidt tot een feitelijke vermindering van de uitkering. De Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraak en veroordeelt de appellant tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De verlaging van de ANW-uitkering voor Turkse weduwen woonachtig in Turkije is onrechtmatig en in strijd met het associatierecht.