ECLI:NL:CRVB:2018:162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen volledige terugwerkende kracht bij herstel ANW-uitkering na wijziging woonlandfactor
Appellante ontving een ANW-uitkering die vanaf 1 januari 2013 werd aangepast met toepassing van de woonlandfactor. Zij maakte hiertegen geen tijdig bezwaar. Later oordeelde de Raad dat de toepassing van de woonlandfactor voor nabestaanden in Turkije in strijd was met het Associatierecht. Naar aanleiding hiervan herstelde de Sociale verzekeringsbank de uitkering vanaf 1 maart 2014.
Appellante vorderde echter dat dit herstel met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2013 zou plaatsvinden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het eerdere besluit van 11 december 2012 in rechte vaststaat omdat het bezwaar niet-ontvankelijk was verklaard en er geen rechtsmiddelen tegen zijn ingesteld.
De Raad benadrukte dat er geen wettelijke verplichting bestaat om een eerder onaantastbaar geworden besluit ambtshalve met volledige terugwerkende kracht te herzien. Ook werd geoordeeld dat het fair play-beginsel en het EVRM niet zijn geschonden, mede omdat appellante de mogelijkheid had bezwaar te maken en beroep in te stellen. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en deze uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de herziening van de ANW-uitkering niet met volledige terugwerkende kracht kan plaatsvinden.