ECLI:NL:CRVB:2014:777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit WGA-uitkering wegens onrechtmatigheid en vergoeding proceskosten
Appellante ontving een loongerelateerde WGA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 43%. Na bezwaar wijzigde het UWV dit percentage naar meer dan 80%, maar stelde dat dit geen wijziging van rechtsgevolgen betekende en weigerde vergoeding van de gemaakte kosten. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit maar handhaafde de rechtsgevolgen en oordeelde dat geen sprake was van aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
In hoger beroep stelt appellante dat het primaire besluit onrechtmatig is en dat zij recht heeft op vergoeding van de kosten in bezwaar. De Raad oordeelt dat de wijziging van de arbeidsongeschiktheidsklasse naar meer dan 80% een herroeping van het primaire besluit inhoudt, zoals bedoeld in artikel 7:15 Awb Pro, en dat het UWV dit had moeten doen. De Raad constateert bovendien dat de herroeping het gevolg is van een aan het UWV toe te rekenen onrechtmatigheid.
De Raad vernietigt daarom het bestreden vonnis voor zover het het primaire besluit niet herroept en geen proceskostenveroordeling bevat. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de kosten van bezwaar en hoger beroep, terwijl het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt herroepen wegens onrechtmatigheid en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten; schadevergoeding wordt afgewezen.