ECLI:NL:CRVB:2017:2360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging woonkostentoeslag en vergoeding kosten bezwaar
Appellante ontving bijstand tot maart 2015 en vroeg bijzondere bijstand aan voor woonkosten. Het college kende aanvankelijk een woonkostentoeslag toe, maar herzag dit besluit en verlaagde de toeslag, waarbij het te veel betaalde bedrag werd teruggevorderd. Het bezwaar tegen deze terugvordering werd ongegrond verklaard, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Raad beoordeelde of het college de beleidswijziging over de berekening van de woonkostentoeslag op juiste wijze had bekendgemaakt en of de intrekking van het eerdere besluit in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel. De Raad stelde vast dat het college de beleidsregels tijdig en correct had gepubliceerd en dat appellante pas vanaf mei 2015 met de verlaging werd geconfronteerd, waardoor geen sprake was van schending van rechtszekerheid.
Verder oordeelde de Raad dat het college terecht gebruik had gemaakt van de inherente afwijkingsbevoegdheid om af te zien van terugvordering, waardoor het primaire besluit werd gewijzigd. Dit leidde tot een onrechtmatigheid die aan het college was toe te rekenen, zodat appellante recht had op vergoeding van de kosten van bezwaar. De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het verzoek om kostenvergoeding was afgewezen en stelde de vergoeding vast op €990. Tevens werden proceskosten en griffierechten aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het college moet de kosten van bezwaar vergoeden en proceskosten betalen.