ECLI:NL:CRVB:2014:705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Vermindering bijstand wegens huurbetalingen door derde niet als inkomen aangemerkt
Appellant, een zelfstandige met een communicatieadviesbureau, ontving bijstand na beëindiging van zijn zelfstandige onderneming. Zijn vriendin betaalde gedurende een bepaalde periode rechtstreeks de huur van zijn appartement aan de verhuurder. Het college weigerde bijstand te verlenen omdat deze huurbetalingen als inkomen werden aangemerkt, aangezien er geen afdwingbare terugbetalingsverplichting bestond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat appellant niet feitelijk over de huurbetalingen kon beschikken omdat deze rechtstreeks door een derde werden voldaan en dat hij ook geen afdwingbare aanspraak had op terugbetaling.
De Raad benadrukte dat het begrip middelen in de WWB ruim moet worden uitgelegd, maar dat in dit geval de huurbetalingen niet als middelen konden worden beschouwd omdat appellant deze niet voor andere kosten kon aanwenden. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat appellant bijstand wordt verleend naar de norm voor een alleenstaande zonder toeslag over de relevante periode.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in bezwaar, beroep en hoger beroep.
Uitkomst: Het college moet bijstand verlenen zonder toeslag over de periode 1 november 2010 tot 1 februari 2011 omdat huurbetalingen door een derde niet als inkomen worden aangemerkt.