Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
C.H. Bangma als leden, in tegenwoordigheid van O.P.L. Hovens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2014.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 1989 werkzaam als IC-verpleegkundige bij het Universitair Medisch Centrum Groningen. Na een ziekmelding in juli 2010 werd zij per november 2010 door de bedrijfsarts als geheel geschikt verklaard. Vervolgens werd zij geconfronteerd met een beoordelingstraject vanwege onvoldoende functioneren, waarna zij koos voor een herplaatsingstraject.
De Raad van bestuur wees appellante in februari 2011 aan als herplaatsingskandidaat wegens ongeschiktheid voor haar functie om andere dan medische redenen. Toen het herplaatsingstraject niet tot een passende functie leidde, werd haar ontslag per juli 2011 verleend en dit besluit werd in januari 2012 gehandhaafd na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelt de Raad van bestuur dat de ongeschiktheid reeds rechtsgeldig was vastgesteld en dat dit niet is weersproken. De Raad oordeelt dat de formele rechtskracht van het aanwijzingsbesluit niet bindend is voor alle rechtsbetrekkingen en dat de ongeschiktheid niet noodzakelijkerwijs definitief is vastgesteld.
Appellante betoogt dat haar disfunctioneren door ziekte wordt veroorzaakt, maar een medisch rapport stelt dit niet vast en twijfelt aan de juistheid van haar hersteldverklaring. Ook is gebleken dat haar ongeschiktheid mede samenhing met eerdere langdurige onbetaalde verlofperiodes die tot kennisachterstand leidden.
De Raad concludeert dat niet aannemelijk is dat ziekte de oorzaak van de ongeschiktheid is en dat het herplaatsingsonderzoek adequaat was. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag wegens ongeschiktheid om andere dan medische redenen wordt bevestigd.