ECLI:NL:CRVB:2006:AY5576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- C. van Viegen
- W.I. Degeling
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens niet-nakoming wettelijke inlichtingenverplichting bij bijstandsuitkering
Betrokkene ontving van 24 februari 1996 tot 1 juli 1999 een bijstandsuitkering. Appellant, het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam, legde een boete op wegens het niet melden van werkzaamheden en inkomsten via een uitzendbureau, wat leidde tot een te hoge bijstandsverlening.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het boetebesluit. De Raad heropende het onderzoek en oordeelde dat de rechtskracht van het herzieningsbesluit zich niet uitstrekt tot de onderliggende feitelijke en juridische oordelen, waardoor de schending van de inlichtingenverplichting alsnog aan de orde kon komen.
De Raad stelde vast dat betrokkene daadwerkelijk werkzaamheden verrichtte zonder melding en dat de boete terecht was opgelegd. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat het boetebesluit in strijd was met het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR). De Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het boetebesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.