ECLI:NL:CRVB:2014:3493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- A.I. van der Kris
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Verrekening van proceskostenvergoeding en griffierecht met terugvordering Ziektewet-uitkering niet toegestaan zonder wettelijke grondslag
Het UWV had een bedrag dat het aan betrokkene verschuldigd was wegens schadevergoeding, griffierecht en proceskostenvergoeding verrekend met een openstaande schuld uit een terugvordering van een Ziektewet-uitkering. De rechtbank had deze verrekening onrechtmatig verklaard omdat de vordering niet opeisbaar was en er geen wettelijke grondslag voor de verrekening bestond.
In hoger beroep betoogde het UWV dat op grond van de Regeling betaling, terugvordering en tenuitvoerlegging van boeten en onverschuldigde betalingen een eenzijdige verhoging van de aflossingsverplichting mogelijk was en dat een eenmalige bate mocht worden verrekend. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat sinds de inwerkingtreding van titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verrekening van bestuursrechtelijke geldschulden alleen is toegestaan indien daarvoor een expliciete wettelijke grondslag bestaat.
De Raad benadrukte dat ook voor verplichtingen die bij uitspraak van de bestuursrechter zijn opgelegd, verrekening slechts mogelijk is bij een wettelijke basis. De eerdere jurisprudentie die verrekening op basis van algemene publiekrechtelijke beginselen toestond, wordt niet meer gevolgd. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat verrekening van proceskostenvergoeding en griffierecht met een terugvordering Ziektewet-uitkering zonder wettelijke grondslag niet is toegestaan.