ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9177
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten rechtshulp wegens overschrijding redelijke termijn
Appellante diende op 5 maart 2010 een aanvraag in voor bijzondere bijstand ter vergoeding van eigen bijdragen voor rechtshulp die eerder waren vastgesteld door de Raad voor de rechtsbijstand. Het college wees deze aanvraag af omdat appellante niet tijdig gebruik had gemaakt van een voorliggende voorziening en de aanvraag met terugwerkende kracht was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De rechtbank oordeelde dat het standpunt van het college over het niet tijdig gebruik van een voorliggende voorziening niet stand hield, maar dat de kosten voorafgaand aan de aanvraag waren opgekomen en dat geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking van de vaste rechtspraak rechtvaardigden.
In hoger beroep handhaaft de Raad deze lijn en stelt vast dat de kosten voor de aanvraagdatum zijn ontstaan, waardoor de aanvraag met terugwerkende kracht is. De Raad bevestigt dat geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen en dat de redelijke termijn voor het indienen van de aanvraag is overschreden.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor kosten van rechtshulp is afgewezen wegens overschrijding van de redelijke termijn.