ECLI:NL:CRVB:2014:884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand en griffierecht na betaling
Appellant verzocht om bijzondere bijstand voor de kosten van de eigen bijdrage rechtsbijstand en het griffierecht in een beroepsprocedure bij de rechtbank. Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage wees de aanvraag af omdat de kosten al in oktober 2011 waren voldaan, vóór de aanvraag van januari 2012.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat er bijzondere omstandigheden waren die terugwerkende kracht rechtvaardigden en dat het college inconsistent beleid voerde door later wel bijstand te verlenen voor soortgelijke kosten die ook al voldaan waren.
De Raad oordeelde dat op grond van artikel 35 WWB Pro bijzondere bijstand in beginsel niet wordt toegekend voor kosten die vóór de aanvraag zijn gemaakt en voldaan. De enkele onzekerheid over de hoogte van de kosten vormt geen bijzondere omstandigheid. Het college handelde volgens een consistent beleid waarbij bijstand wordt toegekend als de aanvraag is gedaan vóór betaling van de kosten. Dit beleid is buitenwettelijk begunstigend, maar consistent toegepast.
Daarom faalt het hoger beroep en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor reeds betaalde kosten wordt bevestigd wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.