ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Ontslagvergoeding bij ernstige verstoring arbeidsrelatie tussen academisch medisch specialist en leidinggevende
Betrokkene was sinds 1997 werkzaam als academisch medisch specialist bij het AMC en had een langdurige arbeidsrelatie met zijn leidinggevende, [de professor]. Het geschil betrof het ontslag en de hoogte van de ontslagvergoeding. Betrokkene betwistte dat er sprake was van verstoorde verhoudingen en stelde dat zijn aandeel nihil was, terwijl de raad van bestuur een aanzienlijk aandeel aan betrokkene toekende.
De Raad stelde vast dat de arbeidsrelatie ernstig verstoord was, mede door een brief van de leidinggevende waarin onverwacht werd gesproken over beëindiging van het dienstverband. De Raad beoordeelde het aandeel van de raad van bestuur op meer dan 80%, waarbij de brief van 10 oktober 2008 als buitenproportioneel werd aangemerkt. Betrokkene had redelijk gehandeld in zijn reactie en analyse, en zijn aandeel werd als beperkt beschouwd.
De Raad formuleerde een berekeningsmethode voor de ontslagvergoeding, waarbij het bruto maandsalaris inclusief vakantietoeslag en een toelage van 10% werd vermenigvuldigd met het aantal dienstjaren gedeeld door twee en vervolgens met de factor 1 (voor het aandeel van de raad van bestuur). Dit resulteerde in een vergoeding lager dan de rechtbank had vastgesteld.
Het hoger beroep van betrokkene werd verworpen, dat van de raad van bestuur gegrond verklaard. De uitspraak verving het door de rechtbank vernietigde deel van het besluit en bevestigde de overige onderdelen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De ontslagvergoeding wordt vastgesteld op basis van een aandeel van meer dan 80% van de raad van bestuur, leidend tot een lager bedrag dan door de rechtbank toegekend.