ECLI:NL:CRVB:2014:2518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.Th. Wolleswinkel
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Ontslagvergoeding bij verstoorde arbeidsverhouding met overwegend aandeel van werkgever
Appellant was hoofd van een afdeling bij het waterschap Roer en Overmaas en werd geconfronteerd met een negatieve beoordeling en ontslag. Na een gesprek in november 2010 waarin werd aangegeven dat appellant niet de juiste man op de juiste plaats was, ontstond een verstoorde arbeidsverhouding. Appellant maakte bezwaar tegen de beoordeling en werd uiteindelijk ontslagen met een financiële regeling.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslagbesluit ongegrond en het beroep tegen de beoordeling niet-ontvankelijk. In hoger beroep trok appellant het beroep tegen de beoordeling in nadat het dagelijks bestuur verklaarde de beoordeling te herroepen. De beoordeling van het ontslag en de financiële regeling bleef centraal staan.
De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur een overwegend aandeel had (51-65%) in het ontstaan en voortbestaan van de verstoorde arbeidsverhouding. Dit aandeel bepaalt de hoogte van de ontslagvergoeding, die wordt berekend als het bruto maandsalaris inclusief toeslagen, vermenigvuldigd met het aantal dienstjaren gedeeld door twee en vervolgens met een factor 0,5.
De Raad vernietigde het eerdere besluit dat geen ontslagvergoeding toekende en bepaalde dat het dagelijks bestuur de vergoeding moet betalen volgens deze berekeningswijze. Tevens werd het dagelijks bestuur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het dagelijks bestuur moet appellant een ontslagvergoeding betalen berekend op basis van een overwegend aandeel van 51-65% in de verstoorde arbeidsverhouding.