ECLI:NL:CRVB:2013:CA1212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- J.N.A. Bootsma
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ongeschiktheid en impasse in arbeidsrelatie bij Provincie Groningen
Betrokkene was sinds 1988 in dienst bij de Provincie Groningen en kampte sinds begin jaren 90 met energetische beperkingen, gediagnosticeerd als chronisch vermoeidheidssyndroom. Vanaf 2005 ontstond een verstoorde arbeidsrelatie met zijn leidinggevende, G, die leidde tot een impasse. Ondanks pogingen tot re-integratie en mediation bleef de relatie gespannen, waarbij het UWV de re-integratie-inspanningen van appellant als onvoldoende beoordeelde.
Appellant verleende betrokkene per 1 juli 2007 eervol ontslag wegens ongeschiktheid anders dan door ziekte. De rechtbank oordeelde dat appellant niet bevoegd was tot ontslag wegens ongeschiktheid anders dan door ziekte, maar dat er wel een impasse was die ontslag op andere gronden rechtvaardigde. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel bevoegd was en trok de grond van ontslag wegens ongeschiktheid in.
De Raad oordeelde dat appellant bevoegd was tot ontslag wegens impasse en dat appellant in overwegende mate (75%) heeft bijgedragen aan het ontstaan en voortbestaan van de impasse. Daarom moet betrokkene een ontslagvergoeding worden toegekend naast de voorzieningen uit de Regeling aanvullende voorzieningen bij werkloosheid. De Raad vernietigde het eerdere vonnis voor zover het appellant opdroeg een nieuw besluit te nemen over de uitkeringsregeling en wees zelf het uitkeringsrecht en de vergoeding toe. Tevens veroordeelde de Raad appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Appellant is bevoegd ontslag te verlenen wegens impasse, moet voorzieningen en een ontslagvergoeding toekennen en wordt veroordeeld in proceskosten.