ECLI:NL:CRVB:2011:BU7532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen herzieningsbesluit WAO-uitkering niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn
Appellant, een transportondernemer, betwistte het herzieningsbesluit van 5 juni 2002 waarbij de WAO-uitkering van een werknemer werd verlaagd. Het bezwaar werd pas in augustus 2009 ingediend, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. Het UWV had aannemelijk gemaakt dat het besluit correct was verzonden naar de rechtsvoorganger van appellant, die meerdere malen kennis kon nemen van het besluit.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de bezwaartermijn zes weken bedraagt en dat hij het besluit pas in juli 2009 ontving. De Raad oordeelde dat de wettelijke termijn van zes weken geldt, maar dat de termijn begint te lopen vanaf de dag na de juiste bekendmaking. De verzending was aannemelijk gemaakt en de ontvangst kon niet redelijkerwijs worden betwijfeld.
De Raad benadrukte de onderzoeksplicht van appellant in het kader van eigen risicodragerschap en stelde vast dat appellant niet tijdig bezwaar had gemaakt na kennisneming van het besluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het herzieningsbesluit WAO-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.