ECLI:NL:CRVB:2011:BT2933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Herziening beëindiging en intrekking bijstandsuitkering wegens onduidelijkheid over recht op bijstand en beschikkingsmacht over auto
Appellante ontving bijstand over meerdere perioden en werd geconfronteerd met beëindiging en intrekking van deze uitkering door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn, op grond van vermoedens van niet gemelde inkomsten uit huishoudelijke werkzaamheden en het gebruik van een auto die op naam van haar broer stond.
De sociale recherche voerde een uitgebreid onderzoek uit, inclusief dossieronderzoek, getuigenverhoren en analyse van bankafschriften. Het College beëindigde de bijstand en trok deze terug wegens schending van de inlichtingenplicht en vermeende onduidelijkheid over het recht op bijstand.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College niet aannemelijk had gemaakt dat appellante de exclusieve beschikkingsmacht over de auto had en dat het recht op bijstand wel kon worden vastgesteld op basis van de reconstructie van appellante. Daarom vernietigde de Raad de besluiten en gaf het College opdracht nieuwe besluiten te nemen, waarbij ook de weigering een besluit te nemen over een gestelde aanvraag werd herroepen.
De Raad veroordeelde het College tevens in de proceskosten en wees op het ontbreken van een geschikte finale geschilbeslechting binnen de procedure, waardoor een bestuurlijke lus niet werd toegepast.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt eerdere besluiten en beveelt het College nieuwe besluiten te nemen waarbij het recht op bijstand van appellante wordt vastgesteld met inachtneming van haar werkzaamheden en inkomsten.