ECLI:NL:CRVB:2011:BR4926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens ontbreken woonplaats in gemeente Purmerend
Appellante ontving sinds maart 2008 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Purmerend trok de bijstand per 12 augustus 2008 in, omdat appellante niet meer woonde op het adres in Purmerend en haar verblijfadres niet bekend was. Appellante maakte bezwaar, maar het College handhaafde het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat gedurende de periode van 12 augustus tot 20 oktober 2008 appellante feitelijk niet in Purmerend woonde. Zij verbleef bij kennissen in Hilversum, Hoofddorp en Utrecht en wilde geen verblijfadres in Purmerend opgeven.
De Raad stelde vast dat het feit dat appellante nog in de gemeentelijke basisadministratie stond ingeschreven op een adres in Purmerend niet afdoet aan het ontbreken van haar woonplaats daar. Ook was er geen bewijs dat het College haar had toegestaan een postbusadres als verblijfadres te gebruiken. De Raad concludeerde dat appellante geen recht had op bijstand en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd omdat appellante niet woonachtig was in de gemeente Purmerend.