ECLI:NL:CRVB:2011:BR2972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving tot 22 april 2008 bijstand als alleenstaande ouder, die werd ingetrokken omdat zij een gezamenlijke huishouding zou voeren met [P.]. Na bezwaar en beroep werd dit besluit gehandhaafd. Op 24 juli 2008 vroeg appellante opnieuw bijstand aan, welke werd afgewezen omdat geen gewijzigde omstandigheden waren vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, hoewel zij erkende dat het College een onjuist toetsingskader had gehanteerd. Appellante stelde dat zij geen gezamenlijke huishouding meer voerde en dat het College onvoldoende onderzoek had gedaan.
De Raad oordeelt dat het College niet volstaan mocht met de vraag of de situatie was gewijzigd, maar moest nagaan of de situatie anders was dan waarop het eerdere besluit was gebaseerd. Gezien de onderbouwde stelling van appellante dat [P.] elders woonde en het ontbreken van een huisbezoek of nadere verificatie, was de afwijzing onzorgvuldig en in strijd met de Awb.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat appellante over de periode van 24 juli tot en met 21 augustus 2008 bijstand toekomt als alleenstaande ouder. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het College wordt verplicht bijstand toe te kennen aan appellante als alleenstaande ouder over de periode 24 juli tot en met 21 augustus 2008.