ECLI:NL:CRVB:2012:BW5564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende onderzoek gezamenlijke huishouding
Appellanten, beiden bijstandontvangers, voerden aan geen gezamenlijke huishouding te voeren en ieder een eigen huishouding te hebben op eigen adressen. Het college had hun aanvraag tot bijstand naar de norm voor alleenstaande en alleenstaande ouder afgewezen op grond van een aangenomen gezamenlijke huishouding. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke woon- en leefsituatie van appellanten ten tijde van de aanvraag. De verslaglegging van huisbezoeken was summier en onduidelijk, terwijl appellanten verklaarden geen gezamenlijke huishouding te voeren.
De Raad oordeelde dat de besluiten niet zorgvuldig waren voorbereid en niet op een deugdelijke feitelijke grondslag berusten, waardoor de aangevallen uitspraak van de rechtbank vernietigd werd. Het college werd opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De Raad wees tevens op de juiste toetsingsvraag bij aanvragen na eerdere intrekkingen of herzieningen wegens gezamenlijke huishouding, namelijk of de situatie thans anders is dan waarvan het college destijds is uitgegaan. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 8 mei 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten tot afwijzing van de bijstandsaanvragen en draagt het college op nieuwe besluiten te nemen.