ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- E.J.M. Heijs
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder vanaf 14 september 2001. Naar aanleiding van een anonieme melding startte de sociale recherche een onderzoek naar haar woonsituatie. Uit dossieronderzoek, observaties en verklaringen bleek dat appellante en appellant vanaf 14 september 2001 tot 29 februari 2008 een gezamenlijke huishouding voerden in de woning van appellante. Het College trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten van bijstand terug, mede van appellant.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten onder meer dat hun verklaringen onder druk waren afgelegd en dat zij geen raadsman konden bijstaan, verwijzend naar arresten van het EHRM. De Raad oordeelde dat het hier niet om een strafrechtelijke procedure ging en dat de verklaringen rechtsgeldig waren, mede omdat zij waren ondertekend en ondersteund door andere onderzoeksbevindingen.
De Raad stelde vast dat appellanten de inlichtingenverplichting hadden geschonden door het niet melden van de gezamenlijke huishouding. Het College was daarom bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Ook de medeterugvordering van appellant was rechtsgeldig. De hoger beroepen werden verworpen en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding worden bevestigd.