Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 11 oktober 2011 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college stelde na onderzoek vast dat hij met zijn partner een gezamenlijke huishouding voerde zonder dit te melden. Dit leidde tot intrekking en terugvordering van de bijstand over de periode 2002-2009.
De sociale recherche voerde een uitgebreid onderzoek uit, inclusief huisbezoeken, verklaringen van buurtbewoners en verhoren van appellant en zijn partner. Appellant voerde onder meer aan dat de verklaringen onder druk waren afgelegd en dat hij niet altijd op hetzelfde adres verbleef, maar deze verweren werden verworpen.
De Raad oordeelde dat het onweerlegbaar rechtsvermoeden van gezamenlijke huishouding van toepassing was omdat uit de relatie kinderen waren geboren en appellant en zijn partner hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden. Er was geen sprake van ontoelaatbare druk bij de verklaringen en het bewijs van gezamenlijke huishouding werd bevestigd door meerdere getuigen en documenten.
Het college was bevoegd om de bijstand terug te vorderen en er waren geen dringende redenen om hiervan af te zien. Het hoger beroep tegen de eerdere uitspraak van de rechtbank werd ongegrond verklaard en het nader besluit van het college werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding wordt bevestigd.