ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand op basis van de Wet werk en bijstand (WWB) met verschillende normen. Na onderzoek door de sociale recherche naar vermeende samenwoning, waarbij onder meer verklaringen van buurtbewoners en sociale rechercheurs werden verzameld, concludeerde het college dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden.
Het college herzag en trok de bijstand in over de periode 5 september 2008 tot en met 24 juni 2009 en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten onder meer dat de onderzoeksresultaten onrechtmatig waren en dat hun bijzondere gezinssituatie onvoldoende was meegewogen.
De Raad oordeelde dat het hoofdverblijf in dezelfde woning een onweerlegbaar rechtsvermoeden van gezamenlijke huishouding oplevert. De verklaringen van appellanten tegenover de sociale recherche en getuigen, alsmede waarnemingen en telefoongegevens, boden voldoende grondslag. De Raad verwierp de stellingen over onrechtmatigheid en bijzondere omstandigheden en bevestigde dat de inlichtingenplicht was geschonden. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.