ECLI:NL:CRVB:2010:BM5914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens overtreding inlichtingenverplichting bij toeslagaanvraag
Appellant diende in 2003 een aanvraag in voor een WW-uitkering en toeslag, waarbij hij onjuiste informatie gaf over het ontvangen halfwezenpensioen van zijn zoon. Het Uwv stelde in 2007 vast dat appellant onverschuldigd toeslag had ontvangen en legde een boete op wegens overtreding van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar in hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het boetebesluit niet voldeed aan de vereisten van maatwerk en evenredigheid, omdat geen rekening was gehouden met persoonlijke omstandigheden en de omstandigheden van de overtreding.
De Raad oordeelde dat appellant verwijtbaar handelde, ondanks hulp bij het invullen van formulieren, maar dat de boete aanzienlijk te hoog was door het uitblijven van tijdige controles door het Uwv en CWI. Gelet op de ernst van de overtreding, de persoonlijke omstandigheden van appellant en het feit dat de overtreding eenmalig was, stelde de Raad de boete vast op €52.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het beroep ongegrond werd verklaard, het beroep werd gegrond verklaard en het boetebesluit vernietigd. Het Uwv werd veroordeeld in de kosten van appellant en tot vergoeding van griffierechten. Het verzoek om schadevergoeding wegens wettelijke rente werd afgewezen.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de inlichtingenverplichting wordt verlaagd tot €52 en het boetebesluit vernietigd.