ECLI:NL:CRVB:2010:BN8396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- R.C. Stam
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAJONG-uitkering en boete wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontvangt een WAJONG-uitkering met toeslag, maar het UWV nam besluiten tot verrekening van arbeidsinkomsten over 2006 en 2007, verlaging van de toeslag en terugvordering van onverschuldigde betalingen. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet tijdig melden van inkomsten. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en ging in hoger beroep.
De Raad constateert dat appellante sinds 2003 werkzaamheden verrichtte voor een uitgeverij en dat betalingen deels via de rekening van haar huisbaas liepen. Het UWV heeft deze inkomsten terecht aangemerkt als arbeidsinkomsten die in de berekening van de uitkering en toeslag moeten worden betrokken. Het betoog van appellante dat de facturatie door haar huisbaas zonder haar medeweten plaatsvond, doet hieraan niet af.
Verder oordeelt de Raad dat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden door niet tijdig haar inkomsten te melden, waardoor het UWV bevoegd was een boete op te leggen. De boete is proportioneel en in overeenstemming met de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid. Er zijn geen dringende redenen om van terugvordering of boete af te zien.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Arnhem wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard; terugvordering en boete blijven gehandhaafd.