ECLI:NL:CRVB:2010:BM2578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellante ontving sinds 1986 bijstand als alleenstaande. Na een anonieme tip in 2006 dat zij met haar vriend, appellant, op een camping verbleef, onderzocht de Sociale Recherche Twente de rechtmatigheid van de bijstand. Uit het onderzoek bleek dat zij vanaf 1987 tot 2006 een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden. Het College beëindigde de bijstand en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep stond centraal of sprake was van een gezamenlijke huishouding in de periode 1 januari 2002 tot 1 november 2006. De Raad oordeelde dat appellanten feitelijk samenwoonden, ondanks aparte adressen, en dat er sprake was van wederzijdse zorg en financiële verstrengeling.
De verklaringen van appellanten en getuigen, het lage waterverbruik in de woning van appellant en het gebruik van elkaars faciliteiten ondersteunden dit oordeel. De Raad verwierp het verweer dat verklaringen onder druk waren afgelegd en dat de gezamenlijke huishouding pas later zou zijn begonnen.
De Raad concludeerde dat appellante haar inlichtingenverplichting schond en dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen, ook van appellant. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.