ECLI:NL:CRVB:2009:BK2128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- M. Greebe
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Geen verwijtbare werkloosheid wegens eenmalig internetgebruik op werkplek
De zaak betreft een werknemer die op 7 november 2006 op de werkplek gedurende ongeveer 70 minuten pornosites bezocht, wat in strijd werd geacht met de gedragscode van zijn werkgever, een onderwijsinstelling. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden door de kantonrechter wegens verandering van omstandigheden, niet wegens een dringende reden. Het UWV weigerde de WW-uitkering op grond van verwijtbare werkloosheid, omdat het internetgebruik als dringende reden werd gezien.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het UWV onvoldoende zelfstandig onderzoek had verricht naar de feiten en omstandigheden, en de wijze waarop het dienstverband was beëindigd niet doorslaggevend is voor de beoordeling van verwijtbaarheid. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het UWV een eigen, materiële beoordeling moet maken, ook als de kantonrechter een ontbinding heeft uitgesproken.
De Raad overweegt dat het internetgebruik eenmalig en beperkt was, dat het bezoek aan datingsites niet verboden was, en dat de werknemer een lange onberispelijke staat van dienst had. Ook heeft de werkgever niet direct gehandeld als bij een dringende reden, maar koos voor mediation en een geregelde ontbinding. De Raad concludeert dat er geen dringende reden is en dus geen sprake is van verwijtbare werkloosheid. Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Raad oordeelt dat geen sprake is van verwijtbare werkloosheid en vernietigt het besluit van het UWV tot weigering van de WW-uitkering.