ECLI:NL:CRVB:2010:BN6055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- H.G. Rottier
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Blijvende weigering WW-uitkering wegens vermeende verwijtbare werkloosheid na downloaden kinderporno
Appellant, een leraar, werd in 2004 door de politie thuis bezocht in een onderzoek naar kinderporno, waarbij kinderporno op zijn computer werd aangetroffen. Hij gaf toe deze bestanden te hebben gedownload en was later geschorst door zijn werkgever. De arbeidsovereenkomst werd in 2005 ontbonden wegens een verandering in de omstandigheden, waarbij de kantonrechter een vergoeding toekende.
Na afloop van de wachttijd werd appellant de WW-uitkering geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid, omdat het UWV oordeelde dat het downloaden van kinderporno een dringende reden voor ontslag vormde. De rechtbank bevestigde dit oordeel, maar vernietigde het besluit vanwege procedurele redenen.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat de werkgever geen dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 BW Pro heeft gezien, gelet op het verloop van de gebeurtenissen en het uitblijven van directe maatregelen na de erkenning van appellant. De Raad concludeert dat er geen sprake is van verwijtbare werkloosheid en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit tot blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wegens ontbreken van een dringende reden voor ontslag.