ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8466
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Re-integratievisie als besluit met zelfstandig rechtsgevolg in WAO-zaken
Betrokkene ontving een WAO-uitkering die door het UWV werd herzien van 80-100% naar 55-65% arbeidsongeschiktheid. Tegelijkertijd stelde het UWV een re-integratievisie op waarin werd aangegeven dat geen re-integratieactiviteiten werden gestart omdat betrokkene niet wilde meewerken.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de herziening van de arbeidsongeschiktheid ongegrond, maar oordeelde dat de re-integratievisie geen besluit met rechtsgevolg was, waardoor bezwaar tegen deze visie niet ontvankelijk was. Het UWV en betrokkene gingen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de re-integratievisie, voor zover deze rechten en verplichtingen concreet vastlegt en rechtsgevolg heeft, wel degelijk een besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. De Raad vernietigde het oordeel van de rechtbank over het niet-bestuursrechtelijke karakter van de re-integratievisie en verklaarde het bezwaar tegen deze visie ontvankelijk.
De medische bezwaren van betrokkene werden niet gegrond bevonden; de Raad bevestigde dat betrokkene in staat was tot de voorgestelde functies. Het hoger beroep van betrokkene werd afgewezen, terwijl het hoger beroep van het UWV over het besluitkarakter van de re-integratievisie werd toegewezen. De zaak werd niet terugverwezen naar de rechtbank, de Raad nam zelf een beslissing.
De Raad wees het verzoek tot schadevergoeding af en bepaalde dat het beroep tegen het besluit over de herziening van de arbeidsongeschiktheid ongegrond is.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de arbeidsongeschiktheid en oordeelt dat de re-integratievisie een besluit is met rechtsgevolg, waardoor het bezwaar ontvankelijk maar ongegrond is.