ECLI:NL:CRVB:2008:BG8911
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel wegens onvoldoende geconcretiseerde re-integratieverplichtingen WW-uitkering
Appellante ontving een WW-uitkering en kreeg een re-integratievisie opgelegd waarin verplichtingen waren opgenomen, waaronder het bezoeken van uitzendbureaus. Het UWV legde een korting op haar uitkering op wegens het niet nakomen van deze verplichtingen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, stellende dat zij op de hoogte was van de verplichting om minimaal vijf uitzendbureaus per week te bezoeken. In hoger beroep betwistte appellante de uitleg van deze verplichtingen.
De Raad oordeelde dat de re-integratievisie een besluit is in de zin van de Awb, maar dat de daarin opgenomen verplichtingen onvoldoende helder en concreet waren geformuleerd. Onduidelijkheden bestonden over de aard van het bezoeken van uitzendbureaus en de wijze van naleving.
Daarom was er geen grondslag voor het opleggen van de maatregel en vernietigde de Raad het besluit van het UWV. Tevens werden de kosten van het bezwaar en hoger beroep aan het UWV opgelegd.
Uitkomst: De maatregel wegens niet-naleving van de re-integratieverplichtingen wordt vernietigd wegens onvoldoende geconcretiseerde verplichtingen.