ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 1 december 2006 waarin werd vastgesteld dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daardoor geen recht had op een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onjuist was vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het UWV de beperkingen van appellant adequaat had beoordeeld en dat de FML door de verzekeringsarts correct was vastgesteld, ondanks dat de bedrijfsarts meer beperkingen had aangenomen. De Raad vond geen aanwijzingen dat appellant meer beperkt was dan vastgesteld, ook niet ten aanzien van neurologische klachten, hand- en vingergebruik of angina pectoris. De functies die aan de beoordeling ten grondslag lagen, overschreden de belastbaarheid van appellant niet.
Hoewel het besluit in eerste aanleg onvoldoende was onderbouwd, was dit in hoger beroep hersteld. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalde vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, de rechtsgevolgen blijven gehandhaafd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.