ECLI:NL:CRVB:2012:BX0591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing en functiebepaling
Appellante viel in oktober 2006 uit wegens chronische nek-, arm- en schouderklachten en kreeg vanaf oktober 2008 geen WIA-uitkering toegekend. Het UWV wees haar bezwaar af, waarna de rechtbank dit besluit bevestigde. In hoger beroep betoogde appellante dat de medische beoordeling onjuist was en dat de voorgehouden functies te zwaar waren, mede vanwege onduidelijkheid over de indeling van schoonmaakfuncties.
De Raad stelde vast dat appellante geen nieuwe medische gronden had aangevoerd en onderschreef de eerdere beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts. Wel gaf de Raad aan dat het UWV pas in hoger beroep voldoende duidelijkheid had verschaft over de indeling van schoonmaakfuncties en de schatting had aangepast. De Raad oordeelde dat de functies terecht waren ingedeeld in verschillende SBC-codes en dat de geschiktheid van de functies voldoende was onderbouwd.
De Raad vernietigde daarom de eerdere uitspraak en de beslissing op bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen onveranderd. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 juli 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de eerdere uitspraak en beslissing op bezwaar, laat de rechtsgevolgen in stand en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.