ECLI:NL:CRVB:2008:BG4554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijzondere bijstand voor premiekosten aanvullende ziektekostenverzekering en vergoeding proceskosten
Appellant vroeg bijzondere bijstand voor premiekosten van een aanvullende ziektekostenverzekering over 2004, welke door het College werd afgewezen wegens vermeend vermogen en onvoldoende gegevens. De rechtbank verklaarde bezwaar deels niet-ontvankelijk en stelde het College in de gelegenheid opnieuw te beslissen. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat de rechtbank onjuist handelde door het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren en dat het College onvoldoende gemotiveerd heeft geweigerd bijstand te verlenen. Uit de stukken blijkt dat appellant een verliesgevende zelfstandige activiteit had en een WAZ-uitkering ontving, waardoor hij binnen de WWB-normen viel.
De Raad vernietigt de besluiten van 22 februari 2005, 22 maart 2006, 30 oktober 2007 en 10 juni 2008, en bepaalt dat appellant recht heeft op bijzondere bijstand voor de aanvullende ziektekostenpremies van € 326,40 over 2004. Tevens worden proceskosten en verletkosten aan appellant toegekend, terwijl vergoeding van kosten voor rechtsbijstand door zijn echtgenote wordt afgewezen wegens nauwe familierelatie.
De uitspraak bevat een uitgebreide motivering over de toepasselijkheid van de WWB, het toetsingskader voor bijzondere bijstand, en de juridische gronden voor vergoeding van kosten en rente. De Raad wijst het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen aan tot betaling van de verschuldigde bedragen.
Uitkomst: Appellant krijgt bijzondere bijstand voor aanvullende ziektekostenpremies 2004 en vergoeding van proceskosten en verletkosten toegekend.