ECLI:NL:CRVB:2007:BA7165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep herziening AOW-pensioen wegens onterecht niet-verzekerde jaren aan boord Nederlandse zeeschepen
Appellant, geboren in Portugal en sinds 1962 woonachtig in Nederland, werkte aan boord van zeeschepen met een Nederlandse thuishaven. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) had voor de periode 1957-1965 onverzekerde jaren aangenomen, waardoor appellant slechts 84% van het maximale AOW-pensioen kreeg toegekend.
De Raad overwoog dat het onderscheid naar nationaliteit destijds geoorloofd was, maar dat in de specifieke situatie van appellant deze rechtvaardiging niet langer voldeed. Appellant had sinds 1962 onafgebroken in Nederland gewoond en gewerkt, zonder terugkeer naar Portugal, waardoor de tijdelijke band met Nederland voor niet-Nederlandse zeelieden niet op hem van toepassing was.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het besluit van de Svb, en bepaalde dat appellant recht heeft op een AOW-pensioen van 90% van het maximum, ingaande maart 2002. Tevens werd de Svb veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Appellant krijgt een AOW-pensioen van 90% van het maximum toegekend met ingang van maart 2002.