Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- bepaalt dat van de Svb griffierecht ad € 454,- wordt geheven.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, geboren in 1938 in Kaapverdië, werkte vanaf 1963 tot 1969 aan boord van Nederlandse zeeschepen en had de Portugese nationaliteit. Hij ontving een AOW-pensioen met een korting vanwege niet-verzekerde jaren. De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en oordeelde dat het onderscheid naar nationaliteit onrechtmatig was.
De Sociale Verzekeringsbank stelde dat het onderscheid objectief gerechtvaardigd was vanwege de woonplaats aan boord en het verzekeringskarakter van de AOW. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat hoewel het onderscheid in het verleden niet strijdig was met internationale bepalingen, de doorwerking ervan in het pensioenstelsel thans onvoldoende gerechtvaardigd is.
De Raad concludeerde dat betrokkene sinds 1963 in de Nederlandse rechtssfeer verbleef en dat het onderscheid naar nationaliteit in zijn situatie niet acceptabel is. Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank die de korting op het pensioen verlaagde en het onderscheid buiten toepassing liet. De Raad wees tevens het beroep van de Sociale Verzekeringsbank af en bepaalde dat griffierecht wordt geheven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de korting op het AOW-pensioen wegens nationaliteitsdiscriminatie onterecht is.