ECLI:NL:CRVB:2007:BA2870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Opschorting en intrekking bijstandsuitkering wegens niet verstrekken juiste woongegevens
Appellant ontving bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) zonder eigen woonadres en gebruikte een postadres van de gemeente Amsterdam. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam schortte de bijstand op en trok deze later in omdat appellant niet op verzoek informatie gaf over zijn verblijfplaatsen en niet verscheen bij gesprekken.
Appellant gaf verschillende verblijfplaatsen op, waaronder het Oosterpark en andere locaties in Amsterdam, maar kon deze niet aantonen en zijn tas met persoonlijke spullen werd niet gevonden. Het College concludeerde dat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenverplichting, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld en de uitkering werd ingetrokken met terugwerkende kracht.
De voorzieningenrechter vernietigde het besluit deels vanwege een onjuiste wettelijke grondslag, maar stelde dat de intrekking terecht per 9 november 2005 had moeten ingaan. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en oordeelde dat appellant niet de juiste en volledige gegevens had verstrekt, waardoor het College bevoegd was de bijstand in te trekken. Het beroep tegen het besluit van 9 februari 2006 werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering met ingang van 9 november 2005 wordt bevestigd en het beroep tegen het besluit van 9 februari 2006 wordt ongegrond verklaard.