ECLI:NL:CRVB:2006:AY4922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling laten aanvraag bijstandsuitkering wegens onvoldoende gegevens
Appellant, die sinds 1992 met onderbrekingen bijstand ontvangt, maakte sinds 2002 gebruik van een briefadres van het Leger des Heils. Na intrekking van zijn bijstand in oktober 2004, diende hij in november 2004 een nieuwe aanvraag in. Het College verzocht hem meerdere malen om binnen gestelde termijnen zijn feitelijke verblijfplaats te melden, maar appellant gaf hier geen gehoor aan.
Hierop stelde het College de aanvraag buiten behandeling op grond van onvoldoende gegevens, conform artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter bevestigde dit besluit, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het College terecht om de feitelijke verblijfplaats vroeg, omdat deze gegevens essentieel zijn voor de beoordeling van het recht op bijstand. Het gebruik van een briefadres ontheft appellant niet van zijn verplichting om zijn verblijfplaats te melden. Omdat appellant niet binnen de gestelde termijnen de gevraagde informatie verstrekte, was het College bevoegd de aanvraag buiten behandeling te laten. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en zag geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag bijstand is buiten behandeling gelaten wegens het niet verstrekken van noodzakelijke gegevens over het feitelijk verblijf.