ECLI:NL:CRVB:2013:2739
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending inlichtingenverplichting over verblijfplaatsen
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en verklaarde geen vast woon- en slaapadres te hebben. Zij gaf verblijfplaatsen op bij haar dochters en moeder, maar een onderzoek van het college wees uit dat zij niet op deze adressen verbleef en dat haar opgegeven telefoonnummer niet bestond.
Het college wees de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenverplichting en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende was en dat haar complexe persoonlijke situatie meewoog.
De Raad oordeelde dat het college voldoende onderzoek had gedaan, waaronder huisbezoeken en telefoontjes, en dat appellante niet de volledige en juiste opgave had gedaan. Haar verwijtbare schending van de inlichtingenverplichting maakte vaststelling van het recht op bijstand onmogelijk.
De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de aanvraag en de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens schending van de inlichtingenverplichting over verblijfplaatsen.