ECLI:NL:CRVB:2007:BA0605
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstandsuitkeringen die door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam met terugwerkende kracht werden ingetrokken en teruggevorderd wegens het niet melden van hun gezamenlijke huishouding en inkomsten. Het College stelde hen hoofdelijk aansprakelijk voor terugbetaling van de ten onrechte ontvangen bijstand.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarbij zij dwingende bewijskracht toekende aan strafrechtelijke vonnissen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de bestuursrechter niet gebonden is aan strafrechtelijke uitspraken en vernietigt de besluiten voor zover die de periode van 1 januari 1997 tot 1 juli 1997 betreffen. De Raad bevestigt dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden en daardoor geen recht hadden op bijstand als alleenstaande.
Verder stelt de Raad vast dat de redelijke termijn voor de bezwaarprocedure is overschreden en kent appellanten een immateriële schadevergoeding van € 2000 per persoon toe. De proceskosten worden vergoed door de gemeente Amsterdam. De rechtsgevolgen van de overige delen van de besluiten blijven in stand.
Uitkomst: Besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand vernietigd voor een deel van de periode; immateriële schadevergoeding en proceskosten toegekend.