ECLI:NL:CRVB:2005:AU6128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H.J. Simon
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Intrekking van WAO-uitkering met terugwerkende kracht niet in strijd met rechtszekerheid
Appellant werd de WAO-uitkering geweigerd omdat hij na de wachttijd minder dan 15% arbeidsongeschikt was. De onverschuldigde uitkering over de periode van 25 juni 1997 tot 1 december 1998 werd teruggevorderd. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de intrekking met terugwerkende kracht gerechtvaardigd was en niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
De beoordeling berustte op het deskundigenrapport van prof. dr. Koerselman, die concludeerde dat het gedrag van appellant geen psychiatrische stoornis betrof, maar bewust toneelspel was. Hierdoor werd aangenomen dat appellant wist of had moeten weten dat hij ten onrechte een uitkering ontving en dat intrekking mogelijk was.
De Raad verwierp het verweer dat onvoldoende bekend was over de gezondheidstoestand in 1997 en dat het ontbreken van medisch onderzoek in de intrekkingsperiode relevant zou zijn. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.