Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 974,-;
- bepaalt dat van appellant een griffierecht van € 466,- wordt geheven.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving sinds 2001 een WAO-uitkering wegens psychiatrische klachten. Na een strafrechtelijk onderzoek naar vermeende fraude door haar psychiater werd haar gezondheidstoestand in 2011 opnieuw onderzocht. De verzekeringsarts concludeerde dat betrokkene mogelijk had gesimuleerd en dat de uitkering onterecht was toegekend.
Appellant trok daarop de uitkering met terugwerkende kracht in en vorderde terugbetaling. De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, omdat onvoldoende was vastgesteld dat betrokkene bewust haar klachten had voorgewend.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Uit het psychiatrisch onderzoek blijkt geen bewijs van simulatie. De Raad oordeelt dat de eerdere vaststelling van arbeidsongeschiktheid mede op basis van medische rapporten niet aan betrokkene kan worden tegengeworpen. De intrekking met terugwerkende kracht is daarom onterecht en in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de intrekking van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht wegens onvoldoende bewijs van simulatie.