ECLI:NL:CRVB:2005:AT4752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Causaal verband en schadevergoeding bij onrechtmatige intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering
Appellant was arbeidsongeschikt verklaard en ontving uitkeringen op grond van de AAW en WAO. Gedaagde, het UWV, herzag en trok deze uitkeringen in 1994 op basis van medische beoordelingen die appellant geschikt achtten voor zijn eigen werk, wat leidde tot een volledige werkhervatting per 1 november 1994.
Appellant meldde zich echter ziek wegens overspannenheid en ervoer psychische decompensatie in februari 1995. De rechtbank erkende de onrechtmatigheid van het intrekkingsbesluit maar wees de schadevergoeding af wegens onvoldoende bewijs van uitbreiding van werkzaamheden per 1 november 1994.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het UWV aansprakelijk is voor de schade en dat er een causaal verband bestaat tussen het onrechtmatige besluit en de psychische decompensatie. De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs verplicht was zijn werk volledig te hervatten en dat het UWV het risico van hernieuwde uitval heeft aanvaard. Het onderzoek naar de omvang van de schade wordt heropend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het eerdere vonnis en oordeelt dat het UWV aansprakelijk is voor de schade door onrechtmatige intrekking van de uitkering, heropent het onderzoek naar schadevergoeding en veroordeelt het UWV in de proceskosten.