ECLI:NL:CRVB:2003:AF9321
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.G.M. Simons
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens schending hoorplicht
Appellant ontving sinds november 1993 een bijstandsuitkering die in 1996 werd omgezet naar de norm voor een alleenstaande. Na een onderzoek van het bureau fraudebestrijding stelde de gemeente Tilburg vast dat appellant beschikte over voldoende middelen zonder dit te melden, waarop de uitkering werd ingetrokken en teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, onder meer omdat alleen de gemachtigde van appellant was gehoord.
In hoger beroep stelde appellant dat hij zelf niet was gehoord, wat volgens de Raad in strijd is met artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat vereist dat belanghebbende zelf wordt gehoord. De ontzegging van toegang tot het gemeentegebouw rechtvaardigde niet het beperken van de hoorzitting tot de gemachtigde. De Raad vernietigde daarom het besluit en verklaarde het beroep gegrond.
De Raad handhaafde echter de rechtsgevolgen van het besluit op grond van de vastgestelde feiten dat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht en dat de terugvordering terecht was. Tevens veroordeelde de Raad de gemeente Tilburg tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.