ECLI:NL:CRVB:2003:AF8845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvullende bijstand wegens onjuiste interingsberekening pensioenafkoop
Appellante ontving een ouderdomspensioen van de Algemene Ouderdomswet en een klein aanvullend pensioen dat zij als een bedrag ineens ontving. Zij vroeg aanvullende bijstand aan, maar deze werd afgewezen omdat gedaagde stelde dat zij eerst de afkoopsom van haar pensioen moest interen. De rechtbank had dit standpunt bevestigd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de afkoopsom als inkomen moet worden beschouwd dat betrekking heeft op de periode waarvoor de bijstand wordt gevraagd. De Raad stelt dat het onjuist is om de afkoopsom te zien als een bedrag dat eerst geheel moet worden opgebruikt voordat aanspraak op bijstand mogelijk is.
De Raad acht het redelijk om uit te gaan van de gemiddelde levensverwachting van 19 jaar voor een vrouw van 65 jaar bij de toerekening van het pensioenbedrag. Hierdoor moet het pensioen worden toegerekend aan die periode en niet aan een kortere periode van 15 maanden.
Het besluit tot afwijzing van de aanvullende bijstand wordt daarom vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van aanvullende bijstand wordt vernietigd en gedaagde dient een nieuw besluit te nemen met correcte toerekening van het pensioenbedrag.