ECLI:NL:CRVB:2014:4146
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Afkoopsom pensioen leidt tot kennelijk onredelijk resultaat bij AOW-partnertoeslag
Appellante ontvangt sinds oktober 2009 een AOW-pensioen met partnertoeslag. In december 2010 ontving haar partner een afkoopsom van een ouderdomspensioen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag daarop de toeslag en vorderde te veel betaalde toeslag terug, met een waarschuwing wegens niet tijdig voldoen aan de inlichtingenplicht. Na bezwaar handhaafde de Svb het besluit, en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat de afkoopsom ten onrechte werd betrokken bij de berekening van de partnertoeslag. De Raad overwoog dat de afkoopsom als inkomen in verband met arbeid moet worden gezien en in beginsel verrekend dient te worden. Echter, de Raad stelde dat de afkoopsom bestemd is voor de periode ná de pensioengerechtigde leeftijd en dat toerekening aan een maand vóór die leeftijd leidt tot een kennelijk onredelijk resultaat volgens artikel 10 van Pro het Inkomensbesluit AOW 1996.
De Raad verwees naar recente parlementaire stukken waarin het kabinet en parlement aangeven dat verrekening van afkoopsommen met de partnertoeslag onwenselijk is en dat toekomstige regelgeving zal bepalen dat afkoopsommen pas na de pensioengerechtigde leeftijd worden uitgekeerd. De Raad concludeerde dat de Svb ten onrechte het kennelijk onredelijk resultaat niet heeft erkend en droeg de Svb op binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep draagt de Sociale Verzekeringsbank op het besluit te herzien vanwege het kennelijk onredelijk resultaat van de verrekening van de afkoopsom met de partnertoeslag.