ECLI:NL:CRVB:2003:AF6329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstand na schadevergoeding verkeersongeval en toepasselijkheid ABW bepalingen
Eiser, geboren in 1955, ontving vanaf 1982 bijstand na een verkeersongeval met blijvend letsel. In 1997 ontving hij een schadevergoeding van Unigarant N.V. voor materiële schade, smartengeld, toekomstige medische kosten, toekomstig verlies aan arbeidsvermogen en rente. Verweerder beëindigde daarop de bijstandsuitkering en vorderde terugbetaling van de bijstand over verschillende perioden.
De rechtbank verklaarde het beroep van eiser gegrond en bepaalde dat terugvordering over de periode 1 september 1986 tot 31 juli 1992 niet mogelijk was wegens verjaring (art. 70 ABW Pro). Voor de periode 1 augustus 1992 tot 31 juli 1996 moest artikel 58, tweede lid, ABW worden toegepast en voor 1 augustus 1996 tot 30 september 1997 artikel 82 Abw Pro. De Raad onderschrijft deze oordelen en bevestigt dat de schadevergoeding terecht is toegerekend aan de periode vanaf het ongeval in 1982.
De Raad oordeelt verder dat geen schending is van artikel 3:2 Awb Pro of artikel 6 EVRM Pro. Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het terug te vorderen bedrag vastgesteld op f 120.294,82. Tevens wordt appellant veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het bestreden besluit en stelt het terugvorderingsbedrag vast op f 120.294,82, waarbij terugvordering over de periode tot 31 juli 1992 wegens verjaring niet mogelijk is.