ECLI:NL:CRVB:2003:AF5937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitspraken over afbouw toeslag Wet BEU in strijd met internationaal recht
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen uitspraken van rechtbanken die de afbouw van toeslagen aan in Turkije gevestigde WAO-gerechtigden onrechtmatig achtten. De toeslagen werden vanaf 1 januari 2000 afgebouwd op grond van de Wet beperking export uitkeringen (Wet BEU).
De Raad oordeelt dat het Europees Verdrag inzake Sociale Zekerheid (EVSZ) sinds 1 december 2002 de export van toeslagen op grond van de Toeslagenwet (TW) niet langer voorschrijft, maar dat de afbouw van toeslagen in strijd is met artikel 5 van Pro de ILO-conventie 118 inzake gelijkheid van behandeling. Deze conventie verplicht tot export van invaliditeitsuitkeringen, waaronder de toeslag valt.
De Raad verwerpt de stelling van appellant dat de Wet BEU en de TW een rechtvaardigingsgrond vormen om export van toeslagen te beperken. Ook acht de Raad de terugwerkende kracht van de plaatsing van de TW op Bijlage VI bij het EVSZ rechtsgeldig. De bestreden uitspraken worden bevestigd en appellant wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van de gedaagden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de bestreden besluiten en veroordeelt appellant tot betaling van proceskosten aan de gedaagden.