ECLI:NL:CRVB:2005:AT4119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens gebrek aan belang bij handhaving
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake de afbouw van een toeslag op grond van de Toeslagenwet. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard omdat de brief van het UWV geen besluit in de zin van de Awb was. In hoger beroep voerde appellant inhoudelijke grieven aan tegen deze afbouw.
De Raad overwoog dat het UWV met een nieuw besluit van 18 augustus 2003 de toeslagafbouw met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2001 had gecorrigeerd en aan appellant had nabetaald. Hierdoor was aan de grieven tegemoetgekomen en had appellant geen belang meer bij het hoger beroep.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees een vergoeding van het betaalde recht toe. Het geschil betrof de tweede fase van de toeslagafbouw over de periode 1 januari 2002 tot 1 januari 2003.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang bij handhaving.