ECLI:NL:CRVB:2002:AF1507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig chauffeur/bezorger, meldde zich op 4 juni 1998 ziek en ontving een WAO-uitkering die later per 5 oktober 1998 werd ingetrokken omdat hij niet langer arbeidsongeschikt werd geacht. Gedaagde, het UWV, nam dit besluit mede op basis van medische rapporten en arbeidskundig onderzoek. Appellant maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat de medische beoordeling onzorgvuldig was en dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd niet actueel waren.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de intrekking aanvankelijk ongegrond, maar vernietigde later een besluit wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag. Het UWV nam daarop een nieuw besluit dat de uitkering herzag naar een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat het arbeidskundig onderzoek voldeed aan de vereisten, ook met betrekking tot deeltijdfuncties en functiebestandscodes.
De Raad verwierp het beroep van appellant tegen het nieuwe besluit en bevestigde de eerdere uitspraken. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van wettelijke rente over de niet tijdig betaalde uitkering en tot vergoeding van proceskosten en betaalde leges. Hiermee werd de intrekking van de WAO-uitkering per 5 oktober 1998 definitief bevestigd, met een gedeeltelijke toekenning van schadevergoeding aan appellant.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 5 oktober 1998 wordt bevestigd en een schadevergoeding voor niet tijdige betaling toegekend.