ECLI:NL:CRVB:2006:AY9115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid
Appellante, voormalig schoonmaakster, werd wegens rug- en gewrichtsklachten arbeidsongeschikt verklaard en ontving tot 16 februari 2003 een WAO-uitkering. Na herbeoordeling door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat zij geschikt was voor fysiek lichte arbeid binnen geselecteerde functies.
Na ziekmelding in 2003 weigerde het UWV ziekengeld toe te kennen omdat appellante niet ongeschikt werd geacht voor arbeid. Bezwaar en beroep werden ongegrond verklaard, waarbij de Raad het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts onderschrijft dat de beperkingen niet waren toegenomen en appellante geschikt bleef voor ten minste één functie uit de arbeidsmogelijkhedenlijst.
De Raad verwierp ook het standpunt dat het primaire besluit onzorgvuldig tot stand kwam, en concludeerde dat de medische rapportages zorgvuldig waren opgesteld. Er was geen bewijs dat appellante een korset droeg, en geen nieuwe medische gegevens die haar gezondheidstoestand anders lieten beoordelen. De klacht over het niet actualiseren van de arbeidsmogelijkhedenlijst werd eveneens afgewezen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen ziekengeld toekomt omdat zij geschikt is voor passende arbeid.