ECLI:NL:CRVB:2002:AE1875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- C.W.J. Schoor
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidspercentage van 35-45% volgens AAW en WAO
Appellant was sinds 1988 arbeidsongeschikt met klachten aan rug, schouder en nek. Na diverse medische onderzoeken en arbeidskundige beoordelingen werd zijn arbeidsongeschiktheid in 1990 vastgesteld op 35 tot 45%. In 1997 verzocht appellant om herziening wegens vermeerderde klachten, waaronder maagklachten die echter niet verzekerd waren volgens de AAW en WAO.
De bezwaarverzekeringsarts was niet aanwezig bij de hoorzitting en voerde geen nieuw medisch onderzoek uit, wat door appellant werd bekritiseerd. De rechtbank oordeelde dat dit niet in strijd was met de Algemene wet bestuursrecht en dat appellant onvoldoende nieuwe medische feiten had aangevoerd om het arbeidsongeschiktheidspercentage te verhogen.
De Raad onderschrijft deze beoordeling en stelt dat de maagklachten niet relevant zijn voor de herziening omdat ze niet voldeden aan de wettelijke voorwaarden. Ook acht de Raad de afwezigheid van de bezwaarverzekeringsarts en het ontbreken van een nieuw medisch onderzoek niet onzorgvuldig. Het bestreden besluit wordt bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het arbeidsongeschiktheidspercentage van appellant blijft ongewijzigd op 35 tot 45%.