ECLI:NL:CRVB:2005:AU7144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering wegens onderschatte beperkingen buurtmoeder met rug- en psychische klachten
Appellante, een buurtmoeder die haar werkzaamheden per 1 november 1999 staakte vanwege rug- en psychische klachten, verzocht om een WAO-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze uitkering per 31 oktober 2000 toe te kennen omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek op 15 september 2000 werd vastgesteld dat zij deels ongeschikt was voor haar eigen psychisch belastende werk, maar wel in staat was tot andere passende werkzaamheden.
Appellante voerde aan dat haar beperkingen waren onderschat en dat het uitblijven van een tijdige beslissing onrechtmatig was. De Raad overwoog dat er geen algemene verplichting bestaat tot aanwezigheid van een arts tijdens de hoorzitting en dat de afwezigheid daarvan niet onzorgvuldig was gezien de medische informatie die beschikbaar was. De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de medische grondslag van het besluit en concludeerde dat de overschrijding van de beslistermijn onvoldoende was om het besluit aan te tasten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing benadrukt het belang van een zorgvuldige medische beoordeling en de beperkte gevolgen van een overschrijding van de beslistermijn in dit type sociale zekerheidszaken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.